Stuur ons een mailtje
Direct contact
Home » Kennisbank » Wat gebeurt er als staal te lang onbehandeld blijft na het stralen?
Stralen is een belangrijke stap in de voorbereiding van staal voordat een beschermende coating wordt aangebracht. Tijdens het stralen worden onder andere roest, walshuid, oude coating en andere ongewenste bestanddelen verwijderd. Tegelijkertijd ontstaat een ruwheidsprofiel waaraan een nieuw coatingsysteem zich goed kan hechten. Dat schone, gestraalde staaloppervlak is echter ook kwetsbaar.
Wanneer staal na het stralen te lang onbehandeld blijft, kunnen vocht, stof, zouten en andere verontreinigingen opnieuw invloed krijgen op het oppervlak. Wie staal na stralen wil coaten, moet daarom niet alleen kijken naar de kwaliteit van het straalwerk, maar ook naar de periode en omstandigheden tussen het stralen en het aanbrengen van de coating.
Na het stralen ligt een schoon en actief staaloppervlak bloot aan de omgeving. De aanwezige roest, walshuid en andere oppervlaktelagen zijn verwijderd, waardoor vocht en zuurstof direct met het staal in contact kunnen komen. Onder ongunstige omstandigheden kan daardoor relatief snel nieuwe corrosie ontstaan. Daarnaast kan het oppervlak opnieuw worden verontreinigd. Het zorgvuldig voorbereide staal moet daarom tijdens de periode tussen stralen en coaten schoon en droog worden gehouden.
Flash rust is een snelle vorm van oppervlakkige roestvorming die kan ontstaan wanneer pas gereinigd of gestraald staal met vocht in aanraking komt. Het staal kan daarbij een lichte geelbruine tot roodbruine verkleuring krijgen. De snelheid waarmee dit gebeurt, is afhankelijk van de omstandigheden. Vooral een hoge relatieve luchtvochtigheid, condensatie en temperatuurverschillen kunnen het risico vergroten.
Wanneer flash rust ontstaat voordat het coatingsysteem wordt aangebracht, is de ondergrond niet meer in dezelfde conditie als direct na het stralen. Afhankelijk van de ernst van de roestvorming en de eisen van het coatingsysteem kan aanvullende oppervlaktevoorbehandeling noodzakelijk zijn. Een coating aanbrengen over een ondergrond die niet aan de vereiste reinheid voldoet, kan de hechting en de uiteindelijke corrosiebescherming negatief beïnvloeden.
Bij het coaten van gestraald staal draait het niet uitsluitend om een vast aantal uren tussen stralen en coaten. De werkelijke conditie van het oppervlak is minstens zo belangrijk. Gestraald staal dat in een droge en gecontroleerde omgeving wordt bewaard, kan zich anders gedragen dan hetzelfde staal in een vochtige werkplaats of buitenomgeving. Het uitgangspunt is daarom dat de coating wordt aangebracht voordat het voorbereide oppervlak opnieuw oxideert of wordt verontreinigd.
De omgevingscondities hebben veel invloed op het risico op nieuwe corrosie. Bij een hoge luchtvochtigheid neemt het risico toe dat zich vocht op het staaloppervlak vormt. Ook de temperatuur van het staal is belangrijk. Wanneer de oppervlaktetemperatuur te dicht bij het dauwpunt komt, kan condensatie optreden. Een oppervlak kan daarbij vochtig worden zonder dat dit op het eerste gezicht duidelijk zichtbaar is.
Het dauwpunt is de temperatuur waarbij vocht uit de lucht begint te condenseren. Bij conserveringswerkzaamheden wordt daarom niet alleen naar de luchttemperatuur gekeken, maar ook naar de relatieve luchtvochtigheid, de temperatuur van het staal en het berekende dauwpunt. Voor veel coatingsystemen geldt dat het staaloppervlak voldoende boven het dauwpunt moet liggen. De exacte eisen moeten worden afgestemd op het toegepaste coatingsysteem en de productspecificaties.
Roest is niet het enige risico wanneer staal na het stralen blijft staan. Het ruwe oppervlak kan opnieuw vervuild raken door stof, vet, olie, zouten of contact met vuile handen en gereedschappen. Dergelijke verontreinigingen kunnen zich tussen het staal en de coating bevinden en daarmee een goede hechting belemmeren. Een oppervlak dat visueel nog schoon lijkt, is daarom niet automatisch geschikt om zonder verdere controle te coaten.
Door het stralen ontstaat een microscopisch ruw oppervlak met pieken en dalen. Dit profiel is juist gewenst omdat het bij een passend coatingsysteem bijdraagt aan de mechanische hechting. Tegelijkertijd kunnen stof en andere verontreinigingen in dit profiel achterblijven. Daarom moeten zowel de reinheid als het ruwheidsprofiel van de ondergrond aansluiten op de eisen die aan het coatingsysteem worden gesteld.
Wanneer het staal na het stralen oxideert of vervuild raakt, kan de optimale uitgangssituatie voor het aanbrengen van de coating verloren gaan. Het probleem zit dan niet noodzakelijk in de coating zelf, maar in de ondergrond waarop deze wordt aangebracht. Een coatingsysteem kan alleen optimaal functioneren wanneer de ondergrond voldoet aan de voorgeschreven eisen voor onder andere reinheid, ruwheid en droogte.
Een hoogwaardig coatingsysteem is geen vervanging voor een goede oppervlaktevoorbehandeling. Wanneer corrosie, vocht, stof of andere verontreinigingen tussen het staal en de eerste coatinglaag aanwezig zijn, kan dit de prestaties van het totale systeem beperken. Daarom vormt oppervlaktevoorbereiding een essentieel onderdeel van staalconservering.
Het uitgangspunt is om gestraald staal zo snel mogelijk onder geschikte omstandigheden van de voorgeschreven coating te voorzien. Dat betekent echter niet dat voor iedere situatie één universele maximale wachttijd geldt. De toegestane periode is onder meer afhankelijk van de omgevingsomstandigheden, het gewenste voorbereidingsniveau en de eisen van het coatingsysteem. Doorslaggevend is dat het staal bij het aanbrengen van de coating nog steeds aan de vereiste oppervlakteconditie voldoet.
Na het stralen zijn verschillende factoren van belang om de kwaliteit van het voorbereide staaloppervlak te behouden totdat de eerste coatinglaag wordt aangebracht.
"*" geeft vereiste velden aan
Dan brengen wij je naar de juiste website.