info@stralenpoedercoaten.nl

Stuur ons een mailtje

(0492) 52 43 90

Direct contact

Kennisbank

Kleurafwijkingen bij poedercoating: oorzaken en preventie

Poedercoating staat bekend om een sterke, strakke en duurzame afwerking. Toch kan er in de praktijk kleurverschil ontstaan tussen onderdelen, tussen verschillende productieruns of zelfs binnen één project. Dat is vervelend, zeker wanneer het gaat om zichtwerk zoals hekwerken, trappen, leuningen, frames, gevelonderdelen of andere staalconstructies waarbij uitstraling belangrijk is. Kleurafwijkingen bij poedercoating kunnen meerdere oorzaken hebben. Soms ligt het aan het poeder zelf, soms aan de ondergrond en soms aan het proces van aanbrengen en uitharden.

Een belangrijk uitgangspunt is dat poedercoating geen vloeibare verf is die ter plekke op kleur wordt gemengd. Het poeder wordt geleverd in een bepaalde kleur, glansgraad en structuur. Daardoor is het belangrijk dat het juiste poeder wordt gekozen en dat voor één project zo veel mogelijk met dezelfde kleurpartij wordt gewerkt. Zelfs wanneer twee poeders dezelfde RAL kleur hebben, kan er een subtiel verschil zichtbaar zijn tussen verschillende leveranciers, batches of productiedata. Dat verschil valt vooral op wanneer onderdelen naast elkaar worden gemonteerd of wanneer een later geproduceerd onderdeel wordt toegevoegd aan bestaand werk.

Kleurafwijking betekent niet altijd dat de coating technisch slecht is. Een laag kan prima hechten en voldoende bescherming bieden, terwijl de kleur of glans visueel afwijkt. Toch is het belangrijk om kleurverschillen serieus te nemen, omdat ze vaak wijzen op variatie in het proces. Denk aan verschillen in laagdikte, moffeltijd, temperatuur, voorbehandeling of ondergrond. Door deze factoren vooraf goed te beheersen, wordt de kans op kleurverschil kleiner en wordt het eindresultaat voorspelbaarder.

Invloed van moffeltijd, temperatuur en laagdikte

Een poedercoating moet in de oven uitharden. Dit proces wordt moffelen genoemd. Tijdens het moffelen smelt het poeder, vloeit het uit en hardt het uit tot een gesloten coatinglaag. De juiste combinatie van tijd en temperatuur is daarbij cruciaal. Als een werkstuk te kort, te lang, te koud of te warm wordt gemoffeld, kan dat invloed hebben op kleur, glans en structuur. Vooral gevoelige kleuren, metallic kleuren, matte afwerkingen en fijnstructuren kunnen zichtbaar reageren op afwijkingen in het uithardproces.

Bij grote of zware staalconstructies is dit extra belangrijk. Een dun plaatdeel warmt sneller op dan een massief frame of een zwaar constructiedeel. Als onderdelen met verschillende massa tegelijk worden gecoat, kan het ene onderdeel sneller op temperatuur zijn dan het andere. Daardoor kan de effectieve moffeltijd per onderdeel verschillen. Het gevolg kan zijn dat de kleur op het ene onderdeel net iets anders oogt dan op het andere onderdeel. Ook glansverschil kan ontstaan, bijvoorbeeld wanneer de coating op het ene deel verder is uitgehard dan op het andere.

Laagdikte speelt eveneens een grote rol. Een te dunne laag kan onvoldoende dekken, waardoor de ondergrond invloed krijgt op de zichtbare kleur. Een te dikke laag kan juist leiden tot een ander vloei en glansbeeld. Bij sommige kleuren of structuren kan extra laagdikte de tint donkerder, voller of ongelijkmatiger maken. Op randen, hoeken, lasnaden en diepe delen is de laagdikte bovendien niet altijd gelijk aan die op vlakke delen. Daarom is controle van laagdikte belangrijk, niet alleen voor corrosiebescherming, maar ook voor een gelijkmatige uitstraling.

Kleurpartijen, poederkeuze en ondergrond

Een veelvoorkomende oorzaak van kleurafwijkingen is het gebruik van verschillende kleurpartijen. Een poederleverancier produceert poeder in batches. Tussen batches kan een kleine variatie zitten in pigment, glans, structuur of metallic effect. Bij standaardkleuren is dat vaak beperkt, maar bij speciale kleuren, fijnstructuren, metallics en matte coatings kan het verschil sneller zichtbaar zijn. Daarom is het verstandig om bij grotere projecten vooraf te bepalen hoeveel poeder nodig is en waar mogelijk één partij te gebruiken voor onderdelen die in het zicht naast elkaar komen.

Ook de gekozen poederkwaliteit is belangrijk. Voor binnentoepassingen gelden andere eisen dan voor buitentoepassingen. Buiten krijgt een coating te maken met UV, regen, vuil, temperatuurverschillen en mechanische belasting. Een poeder dat niet geschikt is voor buitengebruik kan sneller verkleuren, verkrijten of glans verliezen. Daardoor kan een project na verloop van tijd kleurverschil krijgen tussen delen die veel zon krijgen en delen die beschut staan. Wilt u een langdurig kleurvast resultaat, dan moet de poederkeuze passen bij de omgeving en de gewenste levensduur.

De ondergrond kan ook invloed hebben op de kleurbeleving. Staal, aluminium, RVS en verzinkt staal reageren verschillend op voorbehandeling en warmte. Daarnaast kan het oppervlak verschillen in ruwheid, porositeit of oude beschadigingen. Een gestraalde ondergrond met een gelijkmatig profiel geeft een andere basis dan een oppervlak met restvervuiling, oude lakresten of onregelmatige reparatieplekken. Als de ondergrond niet uniform is, kan dat zichtbaar worden in de dekking, structuur of glans van de coating.

Voorbehandeling en preventie van kleurverschil

Een goede voorbehandeling is essentieel om kleurafwijkingen te voorkomen. Bij Stralenpoedercoaten draait het resultaat niet alleen om het aanbrengen van poeder, maar om het hele traject van reinigen, stralen, voorbereiden, coaten en uitharden. Vuil, vet, olie, siliconen, zouten, stof of oude coatingresten kunnen de hechting en vloei verstoren. Dat kan leiden tot kraters, glansverschillen, matte plekken of onregelmatige dekking. Door het oppervlak vooraf goed te reinigen en mechanisch voor te behandelen, ontstaat een stabiele basis waarop de poedercoating gelijkmatiger kan hechten en uitvloeien.

Stralen speelt hierin een belangrijke rol. Door te stralen wordt het oppervlak gereinigd en krijgt het een gecontroleerde ruwheid. Die ruwheid helpt de coating om zich goed te verankeren. Tegelijk zorgt een gelijkmatige voorbehandeling voor een gelijkmatiger eindbeeld. Bij verzinkt staal is extra aandacht nodig, omdat de zinklaag anders reageert dan blank staal. Bij verzinkt staal kunnen uitgassing, zinkzouten of ongelijkmatige oppervlakken invloed hebben op het uiterlijk. Daar kan een aangepaste voorbereiding, zoals reinigen, sweepstralen en soms voorverwarmen, nodig zijn om kleur en oppervlak stabieler te krijgen.

Preventie begint al vóórdat het werk wordt aangeleverd. Zorg dat duidelijk is welke kleur, glansgraad, structuur en kwaliteit gewenst zijn. Geef aan of onderdelen later naast elkaar worden gemonteerd of in hetzelfde zichtvlak komen. Bij uitbreidingen of nabestellingen is het belangrijk om te beseffen dat kleurverschil met eerder geleverd werk nooit volledig uit te sluiten is, zeker als er een andere poederbatch wordt gebruikt of als bestaand werk al is blootgesteld aan zonlicht en weersinvloeden. Duidelijke afspraken over kleur, monsters en toleranties voorkomen teleurstelling achteraf.

Vraag vrijblijvend een offerte aan voor meer informatie

Ontvang zo spoedig mogelijk een op maat gemaakte offerte

Voor meer informatie bezoek onze kennisbank met onze meest recente artikelen

Let op: Wij zijn momenteel gesloten in verband met vakantie. Vanaf 17 augustus staan we weer voor je klaar.

In de tussentijd kun je onze chatbot raadplegen voor eventuele vragen. 

Maak jouw keuze

Dan brengen wij je naar de juiste website.